|
Er
is geen enkel kattenras dat kan bogen op zulke tot verbeelding
sprekende historische verhalen als de Birmaan. Zo zouden er Lange tijd geleden witte
katten hebben geleefd in een tempel in Burma. In deze tempel bevond zich
een gouden beeld van de Godin Tsun Kyan-Kse. De Godin die zeggenschap had
bij het overgaan van de ziel in andere gedaantes.
Op een avond werd
de tempel overvallen door rovers. Toen de priester Kittah Opper Lama
Mun-Ha, waarvan God Song-Hio zijn gouden baard vlocht, in gebed verzonken
was. Hij was geknield voor het gouden beeld van de Godin Kyan-Kse, zij had
ogen van blauwsaffier. Zijn
honderd witte katten waarvan één, Sinh genaamd. Vergezelde de priester
zoals altijd. De rovers vermoorde Mun-Ha, en onmiddelijk sprong zijn kat
Sinh op zijn lichaam. En op het moment dat de ziel van Mun-Ha, zijn
lichaam verliet bevond er zich een gedaante verwisseling
plaats. De ziel van de priester ging over in de kat. Plots nam Sinh zijn witte rug
een gouden kleur aan, hij keek recht in de ogen van de Godin Tsun
Kyan-Kse, en zijn ogen veranderde van goudgeel naar saffierblauw. Zijn
poten werden bruin, behalve de voetjes die bleven wit. Waarmee hij de zilveren haren van Mun-Ha had aangeraakt.
De rovers werden
verjaagd door andere priester, nadat Sinh 7 dagen op de troon van Mun-Ha
gezeten had stierf hij. De ziel van zijn meester nam hij mee naar het
paradijs. De volgende ochtend hadden alle andere witte katten, dezelfde
gedaante verwisseling ondergaan als Sinh. De Godin Tsun kyan-Kse had het
zo
gewild. Vanaf die tijd beschermde de priesters hun heilige katten, omdat de
priesters geloofden dat deze bezondere katten over hun ziel waakte en deze
mee naar het paradijs kunnen voeren.
Naast deze
prachtige legende bestaan er nog een aantal theorieën over het ontstaan
van dit ras, maar de waarheid weet niemand. Waarschijnlijk is het ras uit
kruisingen tussen Siamezen, Persen, Balinezen en huiskatten. Een
vaststaand feit is dat het ras in 1925 in Frankrijk officieël werd erkend.
Tijdens de tweede wereld oorlog bleef er van dit ras niet veel meer over. Pas
in 1949 nam het aantal weer toe. |